Geschiedenis


Vereniging van Vrienden van het Gemeentemuseum Den Haag sinds 1866
De geschiedenis van de “vrienden” is op 29 mei 1866 begonnen met het oprichten van de “Vereeniging tot het oprigten van een Museum van Moderne Kunst”. Voorzitter en initiatiefnemer was Baron van Zuylen van Nijevelt, een bekend verzamelaar in die tijd. De vereniging telde 234 vrienden en kocht werk van eigentijdse meesters en legde de grondslag voor de huidige spraakmakende collectie van de Haagse School, het Duits expressionisme en van Mondriaan. Onder het bestuur en vrienden van het eerste uur bevonden zich schilders en particuliere verzamelaars zoals koning Willem III en de prinsen Frederik en Alexander. Een lokaal van de Academie werd gebruikt als tentoonstellingsruimte. De gemeente verstrekte jaarlijks een subsidie van ƒ 600. In 1870 hingen de schilderijen op een tentoonstelling bij Pulchri Studio. Twaalf schilderijen werden aangekocht die voornamelijk op de “Salon” in de Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag werden getoond. De zogenaamde Raad van Tien selecteerde streng en de kwaliteit was uitstekend.

Schilders in het bestuur
Schilders als Stroebel, Sam Verveer, Sadee, Mesdag, Jacob Maris en Van der Hem namen plaats in het bestuur. David Bless was sinds de oprichting bestuurslid.

Toonaangevend
In 1873 zond het bestuur vijf werken naar de ‘Internationale Tentoonstelling’ in Wenen, die veel bezoekers trok. De Nieuwe Doelen aan de Korte Vijverberg werd voor de verzameling omgebouwd tot een museum. In 1882 werden de statuten gewijzigd opdat ook werk van overleden meesters gekocht kon worden.

Besognes
Hoe de vereniging gaande te houden was een terugkerend thema, net als het gebrek aan goede expositieruimte. In 1890 telde de collectie 73 schilderijen. Uiteindelijk loste dr. H.E. van Gelder, directeur van het gemeentemuseum, dit op door werk op te slaan en andere schilderijen tijdelijk onder te brengen bij Panorama Mesdag. Van Gelder stelde het museumbeleid vast wat de vereniging niet accepteerde. Het bestuur overwoog in 1915 een schilderij van Breitner aan te kopen maar de directeur raadde het af. Het bestuur stelde geen prijs op ongevraagd advies en kocht om andere redenen het schilderij niet aan. Het verschil in inzicht tussen bestuur en directeur groeide. Pas in 1936 won Van Gelder. In 1925 werd het 60-jarig bestaan van de vereniging gevierd met een tentoonstelling van de voornaamste schenkingen sinds 1866. De gemeente Den Haag kende de vereniging de Ereplaquette toe.

Berlage
Na jarenlang getouwtrek begon in 1931 met de bouw van het huidige gemeentemuseum, naar een ontwerp van architect dr. H.P. Berlage. Zijn ontwerpen waren spraakmakend. Berlage zette een, voor die tijd, zeer zakelijk bouwwerk neer. De spiegeling van de architectuur in de vijver voor het museum benadrukt het streven naar harmonie en rust. In 1935 opende het museum zijn deuren waarop de vereniging haar naam wijzigde in: “Vereeniging van Haagsche museumvrienden” met een collectie van 169 werken.

Schenkingen
Na de tweede Wereldoorlog kocht de vereniging op voorstel van de museumdirecteur werken aan van Jongkind, Mondriaan, Klee, De Smet, Maris, Westerik en anderen. De vereniging zet de traditie nog steeds voort door tot op de dag van vandaag bij te dragen aan de collectievorming en aan onderzoek van Het Gemeentemuseum Den Haag, het GEM museum voor actuele kunst, het Fotomuseum Den Haag en Escher in het Paleis.

Anno 2017 heeft de vereniging 2400 leden.